De geneugten van het ontmoeten, een zelfreflectie en motivatie.

Zal ik hier eens even snel een cliché bevestigen? Tijd gaat snel als je het naar je zin hebt. Enfin, het is dubbel. Aan de ene kant doe ik zo veel en heb ik tegelijkertijd nog zo veel tijd om gewoon op mijn kont te zitten (ik klaag niet), maar aan de andere kant ben ik hier ondertussen al wel een week. Een week. 7 volle dagen (6,5, ja, maar toch al 7 dagen onderweg). Tussenevaluatie na week 1/8: Meer dan positief. Mijn Spaans springt vooruit (al moet ik het in het dagelijkse leven nog niet proberen, want tegen dat tempo ben zelfs ik niet bestand), alles wat ik tegenkom is of mooi, of leuk, of charmant, alle mensen die ik tegenkom zijn hetzelfde, ja, ik blijf nog even. Een weekje of 7 denk ik.

Ik ga klinken als een zweverig magazine dat hippies, midlifecrisissers en gepensioneerden probeert te motiveren om hun sandalen vast te gespen en de wijde wereld in te trekken, maar wat ik tot hiertoe heel leuk vind is de ‘ontmoetingen’ (God, wat klinkt dat zweverig). Ik deed dat vroeger heel veel, ‘ontmoeten’, geen paniek, ik verklaar mij nader. Ik had vroeger een talent om en heel veel plezier in mensen te leren kennen, daar een leuke tijd mee hebben, en ze dan nooit meer zien. Zo ging ik elk jaar op kamp (leuk voor mijn ouders, hadden zij wat rust, en leuk voor mij, want dan was ik niet thuis en kon ik lekker een hele week vrolijk zijn, kutkind dat ik was) en kwam ik elk jaar terug met nieuwe beste vriendinnetjes. Inclusief adressen, en later mailadressen. Ik heb ze nooit geschreven, noch brieven van hen gekregen, en toch herinner ik mij nog heel veel van die vriendinnetjes, want met hen had ik een leuke week. Nu ben ik dat wat verleerd, omdat op mijn kampen heel vaak dezelfde mensen meegaan, en omdat ik die steevast terugzie, hetzij het jaar daarop, op hetzelfde kamp, hetzij vroeger (vind ik overigens prima hoor jongens, geen paniek). Maar dat genot van het ontmoeten, dat was ik dus even verleerd (iemand al een jobaanbieding bij een midlife-reismagazine? Nee?).

Heel concreet, want ik kan het niet zo goed uitleggen: Ik vind het superfijn dat ik hier mensen ontmoet waarvan ik -hooguit- de voornaam ken, waar ik dan gezellig even verhalen mee kan uitwisselen (uiteraard te vertrekken vanuit ‘vanwaar ben je en wat doe je hier’), waarna je na nog een ‘have a safe trip!’ verder gaat, op naar de volgende ‘ontmoetingen’. Geen verdere poespas, of ‘we bellen’ (krijg ik de kriebels van, van te weten dat ik in de nabije toekomst moet bellen) of ‘we moeten nog eens afspreken’ (uiteraard kan dat ook, maar daar heb ik het nu niet over). En dat ontmoeten gaat dus blijkbaar heel makkelijk als je, ten eerste, op reis bent, want reizigers trekken elkaar aan (en hostels zijn nu eenmaal sociale plekken), en ten tweede, als je alleen bent. Dat geldt dan toch op z’n minst voor mij, want ik heb tegenwoordig, anders dan vroeger, niet meer echt de neiging om vreemde mensen aan te spreken als dat niet nodig is. Maar als je alleen bent en niemand kent is dat wel gewenst, kwestie van zieligheid en verveling te vermijden. Gelukkig is mijn vroegere talent ergens onderhuids nog wel aanwezig en is het nu kwestie van graven om het terug volledig tevoorschijn te toveren. Ik werk eraan!

Ik merk dat ik het niet zo heel duidelijk kan uitleggen, dus rest mij eigenlijk gewoon: Gesp vast die sandalen (of trek uw sletsen aan), trek erop uit en ontmoet. Het liefst van al alleen.

In alle motiverende zweverigheid,
L

Noot: Ja, ik weet dat dat in België ook kan, en dat ik dat meer zou moeten doen. Staat op mijn planning voor wanneer ik terugben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.