Van virussen en valkuilen

Ik geef toe dat ik het ondertussen wel wat beu ben, maar tot pakweg een week geleden vond ik het niet héél vervelend, die hele lockdown (het virus dan weer wel, dat is uiteraard gewoon een brutaal kutgegeven). Integendeel zelfs, ik heb er, op mijn eigen manier, behoorlijk van geprofiteerd.

In theorie zit ik natuurlijk ook gewoon al in een soort van persoonlijke semi-lockdown sinds december 2018, toen ik arbeidsongeschikt werd (officieel dan, want we weten allemaal dat ik al veel langer niet veel meer waard was). Dus de overgang van die solo-lockdown naar the real deal was voor mij niet heel heftig. Natuurlijk mocht ik eerder wel afspreken met vrienden of naar de Action voor knutselprojectjes, maar in de praktijk waren dat uitzonderingen. Als ik één keer per week iemand anders zag dan mijn lief, dan was het vaak al genoeg. En als ik het toch meermaals per week deed, was dat meestal simpelweg te veel en dan had ik het geweten ook.

Nu zou dat op dit moment allemaal al makkelijker lukken, omdat ik weer wat meer energie krijg en het allemaal ook beter kan inschatten, maar het feit dat het gewoonweg niet mag, geeft mij bizar veel tijd en ruimte om echt te focussen op het opbouwen van mijn draagkracht, zoals dat dan in ietwat vage termen heet (je mag ook persoonlijke batterij zeggen, dat doe ik ook). Om alleen maar te leven volgens mijn ideale schema dus. Zonder daarin al te veel toegevingen te moeten doen of grenzen te overschrijden. En dat is, zo blijkt, goud waard.

Ik heb het met de psychologe vaker dan mij lief was – ik vond het zelf namelijk best comfortabel met m’n kop in het zand – gehad over mijn valkuilen (die waarvan ik eerst wekenlang beweerde dat ik ze niet had ja, die). De dingen die mij tegenhouden om beter te worden en in de toekomst een risico op herval vormen. Mijn allergrootste probleem bleek sociale druk (die ik vooral mezelf opleg, voor alle duidelijkheid). FOMO (fear of missing out) dus. Ik vond – en vind – het moeilijk om dingen af te zeggen in functie van mijn eigen energie, omdat ik denk dat ik dan dingen ga missen waarvan mensen achteraf zowat hoofdschuddend en met een dikke portie medeleven en/of leedvermaak zeggen ‘daar had je bij moeten zijn’. Ah, de horror. Komt daar nog bij dat ik onder mensen zijn ook gewoon leuk vind, en alleen in de zetel zitten nogal saai. Terwijl dat laatste soms toch écht beter voor mij is dan dat eerste.

Maar dat probleem heeft Het Virus de laatste maanden dus gewoon voor mij getackeld. Ik heb niet meer twee keer per week de kans om met de hele familie koffie te gaan drinken. Ik word niet meer uit mijn kot gelokt voor gezelligheid op dagen waarop het eigenlijk niet gaat. En ik kan niet meer veel te lang in winkels rondhangen om dan in te storten. Dus ik moet ook nooit meer lang nadenken of ik iets al dan niet ga doen én ik moet nooit meer nee zeggen (da’s echt mijn ultieme droomscenario). Al mijn valkuilen zijn dus (samen met de rest van het land) gewoon tijdelijk toegesmeten, en mijn leven was nog nooit zo makkelijk (behalve dan toen ik nog gewoon op alles ja kon zeggen zonder daar de gevolgen van te merken, good times).

Ik ben mij dus al weken volledig aan het focussen op het wederopbouwen van mijn energie- en concentratiepeil en mijn conditie en it shows. Beetje jammer dat ik er niet mee kan uitpakken door heel wild twee uur lang te gaan picknicken zonder moe te worden of door – nog wilder – om 21 uur te beslissen nog eentje te gaan drinken, maar dat neem ik er voorlopig maar bij.

Als klap op de vuurpijl, kers op de taart, lichtpuntje tijdens de lockdown heb ik nu ook nog eens een voltijds collega in huis (revalideren is ook werken, dus ja, ik mag van collega’s spreken) die mij kan helpen als ik mijn fikken verbrand tijdens het koken (nog steeds de standaard), die eten maakt of boodschappen haalt als dat even niet in mijn planning past of die gewoon opmerkt dat ik sprongen vooruit maak. En da’s by far mijn favoriete bijwerking van deze wereldwijde pandemie.

Virus-van-mijn-voeten, je bent een kutbeestje, en toch heb ik op een gekke manier veel aan je gehad (alleen dat hoestje – komt het van jou? – had niet gehoeven, toch bedankt). Nu mag je wel weer opdonderen zodat ik ook kan oefenen op terrasjes doen. En op dat nee zeggen, natuurlijk. Soms. Als het echt niet anders kan.

L

Ik twee maanden geleden, aan het proberen m’n valkuilen te ontwijken.