Vlindertjes

Ik ben verliefd. Holderdebolder halsoverkop keiverliefd. Nu, het zat er al wel even aan te komen hoor, ik had er mijn oog al een paar keer op laten vallen, en we hebben al wel enkele leuke momenten samen doorgebracht. Maar pas toen we vanmorgen samen wakker werden wist ik dat ik nu echt verliefd ben, dit moet het zijn. Dat waar alle zangers over zingen, dat waar alle films, en alle boeken over gaan. Ik wil het liefst liefdesliedjes zingen, die zich als vanzelf componeren in mijn hoofd. Ik wil naar buiten huppelen om samen allemaal leuke dingen te gaan doen, maar tegelijkertijd geraak ik mijn bed niet uit, want het is zo heerlijk in deze warmte.

Het allerliefst zou ik meteen trouwen, dat ik zeker ben dat deze leukerd heel mijn leven bij mij kan blijven, maar helaas, dat zou ten eerste wat snel zijn, en ten tweede ligt dat moeilijk. Want ik ben al een paar keer verlaten geweest, en hoewel ik elke keer weer vol vertrouwen ben dat het deze keer voor goed is, het heeft nog nooit stand kunnen houden. Maar daar staat tegenover dat ik ook nog nooit zo verliefd ben geweest als nu. Ook ben ik er van overtuigd dat ik niet de enige ben die zich zo voelt, en dat er dus bijna zeker kapers op de kust zijn. Maar het kan niet zijn dat er mensen zo verliefd zijn als ik. Dat kan niet, en dus heb ik er het meeste recht op. 

Lieve, lieve zon, ik vergeef het je, dat je me de vorige keren steeds weer verlaten hebt. Wil je dan nu alsjeblieft met me trouwen? Alsjeblieft alsjeblieft alsjeblieft? Zoals je me vanmorgen wakker maakte, met je warmte recht op mijn gezicht, het kan niet anders dan dat wij voor elkaar gemaakt zijn. Want niets of niemand anders krijgt mij zo makkelijk wakker. IK HOU VAN JOU, zon, en als je me nu weer verlaat, ga ik de wanhoop nabij zijn en waarschijnlijk niet meer stoppen met huilen. ‘t Is maar dat je het weet.

Genietend van de vlinders,
L