Inside the madness

Ik heb mijzelf verraden. Ik, als overtuigd voetbalhater en wk-negeerder ben gisteren op een publieke plaats naar…het voetbal gaan kijken. Ik zou nu kunnen komen met excuses als ‘ja maar, ik moest van mijn collega’s’ of ‘ik moest daar toch nog zijn’, zonder zelfs maar te liegen, maar ik kan ook gewoon zeggen dat dit een experiment was van mij, voor jullie, zodat ik later (nu dus), hier een weloverwogen analyse van een ervaringsdeskundige kan plaatsen. Niet van de match, hell no, het enige dat ik weet is dat we gewonnen hebben, maar van de voetbalbeleving van een rookie in de Belgische massa.

Ik snap het niet. Ik heb het nooit gesnapt, ik zal het nooit snappen, en ik ben niet zeker of ik het ooit wel wil snappen. Het spel wel, dat begrijp ik ongeveer, als trouwe supporter van de duiveltjes van K.F.C. Broechem met mijn broertje -die overigens meer met overvliegende vogels bezig was dan met dat andere vliegende projectiel- in de goal. Maar de voetbalmadness, die versta ik niet helemaal. Ik stond op zaterdagochtenden in Broechem aan de zijlijn (ok nee, ik zat er in de cafetaria) omdat mijn broertje meespeelde en omdat ze in de cafetaria van die gekleurde kauwgomballen hadden, maar dat is dan ook alles. Maar ik -en heel veel andere Belgen met mij- heb geen persoonlijke band met een van die duivels, dus waarom, in godsnaam zou ik daar dan zo in opgaan? Ja, het draait allemaal om samenhorigheid, groepsgevoel, nationale trots, zeker zeker, maar daarvoor kunnen we even goed een nationale teambuilding doen, bijvoorbeeld, een gotcha-spel over heel het land, of met z’n allen verstoppertje gaan spelen in Ikea, dan mag ten minste iedereen meedoen. En achteraf gaan we dan samen kauwgomballen eten en pintjes drinken in de kantine, gezellig en minder duur dan 11 man en hun vrienden naar Brazilië te sturen! Maar nee, zo’n dingen doen we niet. Mensen laten hun humeur en zelfs hun geluk liever afhangen van de prestatie van 11 mannekes op een veld ergens in Brazilië. 11 mannekes (en een paar bankzitters ja ja, maar 11 is een mooier getal) die ocharme het humeur van een heel land (minus een paar voetbalsceptici, incl. mezelf) op hun schouders dragen. Niet moeilijk dat ze zo veel geld verdienen, die druk moet enorm zijn. Enorm en in mijn ogen nog steeds onnodig. Enfin, terug naar het grote scherm waar alle Belgen in Amsterdam aan gekluisterd zaten.

Ik geef toe, ik moest er wat inkomen, ik heb ten slotte nog nooit een echte officiële match van begin tot einde uitgekeken (ik verkies hobby’s waar ik zelf wat meer controle over heb). Bij de eerste goal (Algerije, for god’s sake) had ik dus nog niet door dat heel hard meeleven echt verplicht was, en bijgevolg was ik -op rij 2, nota bene- de enige die niet verontwaardigd recht schoot onder het uitslaken van een oprecht teleurgestelde kreet. Ik vrees wel dat er mij op dat moment een gniffeltje ontsnapte, omdat ik niet wist dat een massa mensen zo simultaan verontwaardigd konnen zijn om iets wat een Algerijn in Brazilië doet. Het werd mij niet in dank afgenomen en in mijn rug voelde ik de vuile blikken van echte fans die moesten rechtstaan (en dus niet bij elk spannend moment konden rechtspringen, een essentieel onderdeel van het supporterschap heb ik gemerkt), terwijl ik, rookie en emotieloos kreng op rij twee mocht zitten en daar ook steevast bleef zitten. Ik heb maar niet meer omgekeken. Bij de tweede goal heb ik toch al ietwat geapplaudisseerd -ik ben altijd al beter geweest in blij zijn dan in verdrietig zijn-, en bij de derde goal ben ik zowaar mee gaan rechtstaan. Ik had geen keuze, want anders zag ik niets meer, en na zo’n goals komen altijd de close-ups, ofte ‘Lottes favoriete matchmomenten’. Maar op geen enkel moment tijdens heel de match had ik de neiging om strategische instructies, aanmoedigende of zelfs teleurgestelde kreten, of ronduit verwijten naar het scherm te slingeren. Laat ons realistisch zijn jongens, zelfs mijn stemgeluid komt niet tot in Brazilië, en dan nog zou niemand commentaar dulden van ‘dat meisje dat voor de eerste keer een volledige voetbalmatch uitkijkt’, en daarbij, ik kan het niet beter, dus ik heb geen recht van commentaar zo is mij altijd geleerd. Bovendien zou mijn strategie eerder gebaseerd zijn op uiterlijke aspecten dan op echt doordacht voetbal, sorry voor de oppervlakkigheid.

Wellicht mis ik ergens een cruciaal duivelsgen want echt, fervent duivelsupporter zal ik nooit worden. Mijn kind vernoemen naar voetballers? Vergeet het. Oprecht verdrietig zijn omdat de Rode Duivels verloren? Nooit van mijn levensdagen. De volgende matchen nog meevolgen? Ja, als ik niets anders te doen heb, want ja, samenhorigheid en zo. En knappe koppen. Maar niet meer vanop rij 2, want dat verdien ik duidelijk niet.

Uw reporter ter plaatse,
L

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.