Ik wou dat ik een kater had

Luister, ik weet dat ik hier twee posts geleden nog trots toeterde over mijn leven zonder katers, maar ik neem alles terug. Ik zou geld geven voor een fikse kater op dit moment. Niet omdat ik een gebrek heb aan hoofdpijn (daar heb ik geen aanleiding voor nodig), wel omdat ik blijkbaar opeens een muis als huisgenoot heb? En kom niet af met uw ‘als ge er een hebt, hebt ge er veel’-onzin, ik wil het niet weten, het is er EENTJE.

Er zijn veel situaties waarin ik dat niet supererg zou vinden. Ik heb al in meer huizen mét muizen gewoond dan zonder en ik heb dat altijd overleefd, en ik weet dat de beestjes in theorie niet meteen veel kwaad doen.

Maar.

1. Ik haat schrikken

    Mijn zenuwstelsel staat vanzelf al op scherp, ik ben op elk moment voorbereid om een beer tegen te komen, maar ik probeer eigenlijk net heel actief om dat af en toe wat te laten rusten. Opschrikken bij elk ritseltje? Niet bevorderlijk voor die rust.

    2. Het is een sociaal beestje

    De mensheid probeert je in situaties als deze al eens graag gerust te stellen. Het zijn verlegen beestjes! Ze gaan niet in de buurt komen als jij er ook bent! Zij zijn bang van jou!

    De mensheid weet duidelijk niet dat ik de muis ontdekt heb omdat ze in de zetel zat. Naast mij, de mens waar ze oh zo bang voor is. Ze bewoog niet omdat ze schrok van mij, een ademende, bewegende mens al een hele ochtend in diezelfde zetel zat, maar omdat buiten de brievenbus toeklapte. Zo indrukwekkend ben ik dus blijkbaar niet.

    3. Ik heb echt een gezellige living

    En met gezellig bedoel ik: er zijn héél veel mogelijkheden voor een muisje om een warm nest te bouwen. In mijn breispullen. In m’n koffer met kleren. In m’n propere was. Ik weet dat ik zou moeten opruimen, maar dat kan voorlopig helaas niet, want ik ben bij elk hoopje zooi bang dat er op elk moment een muis uitspringt die mij een hartverzakking bezorgt. En dan sterf ik alleen, terwijl die kleine livingkraker zich op mijn lichaam stort en dat gun ik ze niet.

    4. Ik ben gesteld op mijn privacy

    Als de coronacrisis ons één ding geleerd heeft, dan is het wel dit: je slaapt gewoon écht niet zo diep en onbezorgd als je weet dat er één verdieping lager een illegaal huisfeestje bezig is. En dat is exact wat er in mijn huis gebeurt. Dat weet ik, want de twee dikke kruimels die gisteren nog op de salontafel lagen, waren vanochtend verdwenen. De pindakaas in de muizenval daarentegen, die was onaangeroerd. Ze feest wel bewust, dat moet ik ze meegeven.

    Mijn slaap daarentegen, die moet eraan geloven. En laat dat nu net zijn wat ik nodig heb om de energie en moed te vinden om muizen te gaan bestrijden.

    R.I.P. de safe space die m’n zetel was, R.I.P. nachtrust. Voorlopig breng ik m’n dagen buitenshuis door, in de hoop dat de kruimels snel op zijn en muisjelief aan de pindakaas wil beginnen. Als je binnenkort niets meer van me hoort, hebben ze mij eerder gevonden dan de pindakaas.

    Vaarwel.

    L

    Ik heb heel efkes gezocht naar schattige muizenfoto’s, maar daar kreeg ik hartkloppingen van, dus voilà, ge moet het met deze muizenval doen.

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.