Ca va, ça va

Normaal ben ik niet zo’n fan van de “hey, hoe gaat het?”-gewoonte (“joe, hoe is ’t?” in Antwerpen), puur omdat dat in 80% van de gevallen de vragende partij niet echt geïnteresseerd is in het ware antwoord, met ongemakkelijke stiltes tot gevolg als het antwoord eens niet “goed” is (of “ça va,ça va” in Antwerpen, of Frankrijk). Maar tegenwoordig, en ik zweer het, ik kan daar niets aan doen, licht ik op bij die vraag. Een beetje melig en ontzettend vervelend voor mensen die mij niet leuk vinden, maar ja, het gaat goed met mij. Echt heel goed. De ervaring leert mij trouwens dat zo’n enthousiaste reactie even goed leidt tot een verbaasde stilte. Heerlijk vind ik dat, want hoe minder mijn gesprekspartners weten wat zeggen, hoe meer ik kan tetteren, en dat is nog steeds mijn voornaamste levensdoel. En ik weet dat de beleefdheid mij dan eigenlijk gebiedt te vragen hoe het dan wel is met mijn gesprekspartner, maar goed, ik ben nooit de beleefdste thuis geweest, dus meestal vergeet ik dat gewoon. Ook daar kan ik niets aan doen, allez ja, waarschijnlijk wel, maar dat doe ik niet, maar als het niet goed gaat mag je me daar ook gewoon op wijzen zonder ik daarnaar vraag. Als het wel goed gaat ook trouwens. Graag zelfs.

Maar waarom gaat het dan zo goed? Dat vind ik een al even stomme vraag, want ik heb echt geen idee. Jawel, ik heb duizend ideeën, maar voor geen een idee heb ik wetenschappelijk bewijs, aangezien ik nog steeds geen wetenschap noch wetenschapper ben. Het zou iets te maken kunnen hebben met het feit dat ik dit typ op een terrasje, terwijl het toch al half 7 is (al zou het nog beter zijn als mijn winterjas geen onderdeel van deze pret was en die muntthee naast mij vervangen zou worden door een cocktail), want ja, dat lentekriebels mij nooit koud hebben gelaten (see what I did there?), dat is geen geheim.

Het zou er ook mee te maken kunnen hebben dat er gewoon veel leuke dingen gebeuren in mijn leven, dat het mij als het ware voor de lentebries gaat. Toch even deze houten terrastafel vasthouden, want ook lentewind kan natuurlijk keren, maar voorlopig zijn de spreekwoordelijke weergoden mij goed gezind. Ik heb een leuke studie op het oog, ik heb nog een leuke job tot het moment dat die studie zou beginnen (ja ‘zou’ ja, maar dat ik daar nog niet binnen ben houden we even buiten beschouwing) én ik mag voor die leuke job binnenkort op weekend naar het exotische Gent, wat ik echt buitenproportioneel spannend en ontzettend leuk vind (en alwaar ik een heel weekend lang moet werken, ja, maar dan nog). Naar dit event zal trouwens de komende tijd door mezelf steevast verwezen worden als ‘mijn zakenreis’, gewoon, omdat dat zo ontzettend volwassen klinkt dat ik er zelf van in de lach schiet.

En last but not least, zou het misschien kunnen komen doordat de lentekriebels niet alleen mij, maar blijkbaar alle mensen treffen, want de complimentjes zijn niet van de lucht de laatste tijd. Tot u schrijft vandaag namelijk een ontzettend verantwoordelijke, goed uitziend, onvervangbaar persoon. En dat zijn niet (alleen) mijn woorden. Een mens zou van minder vrolijk worden.

Jullie persoonlijke zonnetje in huis,

L

Noot: ‘Spreekwoordelijke weerpraatjes’ is het onderliggende thema van deze post, wie ze allemaal vindt wint een virtuele zonnestraal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.