Word ik weer helemaal de oude?

Nee. Voilà, als je weinig tijd hebt, kan je vast weer vertrekken. Heb je meer tijd, dan licht ik het graag nog wat verder toe.

Ik weet niet meer wie de vraag stelde tijdens een van de eerste groepssessies (ik was het niet), maar ik weet wel dat de stilte die erop volgde de spannendste was die ik ooit heb meegemaakt. En ik kijk heel vaak naar kookwedstrijden, dus ja, ik heb al behoorlijk wat ervaring met spannende stiltes.

Iedereen hoopte op hetzelfde antwoord, en dus kreeg ook iedereen het deksel op de neus. Volgens de psychologe is de kans op 100% herstel behoorlijk klein. Zoals zij het verwoordde: je draagkracht kan opnieuw groter worden, maar de buffer die je beschermt tegen overbelasting, die krijg je niet meer terug.

Op dat moment ging ik meteen in volle ontkenningsmodus. Misschien zat ik wel helemaal onterecht in die therapiegroep en waren mijn klachten niet zo ernstig of onherroepelijk als die van al de rest. Misschien was ik een medisch wonderkind en liep ik drie maanden later gewoon een ultramarathon. Misschien zou ik wel gewoon een tweedehandsbuffer, kunnen vinden, zomaar ergens in een tweedehandswinkel.

Ondertussen ben ik die fase wel uit, en kan ik best aanvaarden dat ik niet meer dezelfde stuiterbal word die ik ooit was. Da’s misschien maar goed ook.

Sorry, wat scheelde er nu weer?

Even recapituleren. Ik ben een behoorlijke tijd over alle grenzen van mijn lijf en hoofd gegaan. Dat wist ik toen nog niet, want niemand had mij ooit verteld waar die lagen en mijn handleiding was kwijt.

Nu kan je door een ingebouwde buffer wel even over je grenzen gaan zonder dat je daar wat van merkt. Zolang je daarna weer even gas terugneemt is er niets aan de hand, en blijf je gewoon functioneren.

Maar als je die grenzen koppig blijft negeren – bijvoorbeeld wanneer je er gewoon geen idee van hebt dat je daar constant overwalst omdat je lijf niet communiceert met je brein (of omdat je brein niet luistert #guilty) – dan zit je met een probleem.

Want hoe langer je jezelf overbelast – en dus meer doet dan je eigenlijk aankan – hoe kleiner je draagkracht wordt (dat is het oppervlak dat binnen je grenzen ligt). Vergelijk het met een creditcard: als je je afrekeningen consequent niet kan betalen, zal de bank je limieten ook gaan inperken (en uiteindelijk ook je rekeningen bevriezen, en dat wil je niet). Met dat verschil dat de bank je eerst 7 aanmaningen stuurt en je het bij je lijf gewoon zelf in de gaten moet houden. Oeps.

Bufferloos

Dat mijn buffer nu niet meer terugkomt, betekent dat ik niet meer ongestraft over mijn grenzen kan gaan walsen, want ik zal het geweten hebben. De signalen daarvan zijn nogal… obvious geworden. In de vorm van knetterende koppijn bijvoorbeeld, of een intense drang om opeens op de grond te gaan liggen en niet meer te bewegen (die laatste is behoorlijk lastig als ik per ongeluk net op straat ben).

Dat zou je als vervelend kunnen beschouwen, maar na rijp beraad (en een paar therapiesessies) heb ik besloten om mijn bufferloosheid te omarmen. Beter dat ik een dag met koppijn in bed lig, dan dat ik weer gewoon doorbulldozer (dat is een werkwoord, ja) en daarna 2 jaar moe ben. Toch?

En die draagkracht?

Die kan dan weer wél terugkomen, zij het supertraag. Ik las onlangs ergens dat als je nog een draagkracht van 20% hebt, je een tijdje aan 19% moet functioneren voor die weer kan groeien, en dat je zo, met hele kleine stapjes weer kan opbouwen. Dus dat doe ik dan maar. Correctie, dat probeer ik. Want het is niet per se makkelijk om binnen je grenzen te blijven als er zelfs al te weinig beweegruimte is om een simpel danske te placeren.

Gelukkig is het in de herfst nog makkelijker om onder een dekentje met een bak popcorn van brainless overdag-tv te genieten. Dat past namelijk wel perfect binnen mijn grenzen. YAY!

L

Noot: deze blogpost is ook een drankspel. Het woord grenzen lezen = shotje drinken.

Een chronisch vermoeide hond, alweer.
Als ik vroeger zo’n lange uitrekbare leiband had, heb ik nu een heel kort onflexibel koordje. Mooie metafoor, toch? Vind ik ook.