Natuurfenomenen, dialecten en verraad

Omdat bekentenissen het altijd goed doen, gooi ik er vandaag nog eentje in de groep, met het risico op verbanning en een eeuwig verbod om nog terug te keren naar mijn huidige tweede thuis. Hou je vast, hier komt-ie.

Ik hou van Gent. Meer dan van Antwerpen zelfs. Net niet zo veel als ik van Lier hou, dat zou al helemaal verraad zijn, maar het komt toch in de buurt.

Ik ben zwaar verliefd op de aanwezigheid van de Leie achter elke straathoek, met bijhorende bruggetjes, en ik heb ook een gigantisch zwak voor het dialect. Dat ben ik dan, ik word niet verliefd op personen, maar op natuurfenomenen en dialecten. Als je tegen mij een uitleg begint de doen in het Gents, verwacht dan niet dat ik meteen iets terugzeg, maar blijf gewoon praten en laat mij even genieten, een eeuwig luisterend oor zal mijn dank zijn.

Pas op, Antwerpen, ik woon er ook graag hé, en ik ben absolute fan van de kleine straatjes en de mooie pleintjes en bovenal de theaters, maar ik krijg spontane kotsneigingen van die lelijke volkstrekkers als de Meir en de Groenplaats. Dat is allemaal zo grijs! Om over het lelijke Antwerpse dialect, dat er helaas bij mij ook wel wat inzit maar te zwijgen. Misschien is het omdat ik hier woon, en Gent alleen als semi-toerist ken, maar toch, niks dan liefde van deze semi-toerist (semi-, want ik vind er mijn weg meestal al zonder kaart, ik heb geen hoedje op en ik neem geen bootjes) voor Gent.

Dan rest mij enkel nog een dankwoord aan al wie mij een reden geeft om tot in Gent te komen, en de nmbs, die mij met mijn campuskaart geen enkele reden laat om niet op de trein te springen op elk vrij moment.

Ik zie je woensdag, stad naar mijn hart!
L