Imposter syndrome, maar dan anders

Het enige etiket dat ik mezelf ondertussen nog met zekerheid mag opkleven is een hele grote imposter syndrome-sticker. Imposter syndrome treedt op als je (onterecht) het gevoel hebt dat je de rest van de wereld aan het belazeren bent, en dat die rest van de wereld je dus ook ook elk moment kan ontmaskeren.

Het komt vaak voor bij perfectionisten op de werkvloer, maar ook gewoon in het dagelijkse leven bij mensen die proberen adulten en denken dat het niet meer dan puur geluk is dat ze hun leven semi op orde hebben (en dus ook vrezen dat alles zo weer in elkaar kan storten). En ik – en blijkbaar ook andere strangers op het internet (ik doe m’n research jongens) – , ik heb er last van op gezondheidsvlak.

Ik voel mij een regelrechte bedrieger als ik onder de mensen kom en mij in al mijn enthousiasme even gedraag als een normaal mens zonder schema’s of vermoeidheid of pijntjes. Als ik dan daarna uitgeteld op de bank hang, denk ik weer “ben je wel echt moe, of belazer je jezelf gewoon omdat je vindt dat je moe moet zijn?”. Zelfsabotage heet dat, geloof ik.

Zo heb ik ongeveer de helft van de doktersafspraken die ik het afgelopen jaar heb gemaakt ook weer afgezegd. Want andere mensen zijn vast zieker, en kunnen die tijd zeker beter gebruiken. Ik ploeter wel verder op mezelf, zo erg is het allemaal niet.

En ik heb daardoor ook best vaak mijn eigen grenzen overschreden omdat ik vind dat ik bijvoorbeeld niet het recht heb om zo snel al zo moe te zijn. Of omdat ik vind dat ik niet moet zeuren, want anderen hebben het vast zwaarder. Of omdat ik niet wil dat iemand denkt dat het slechter met me gaat dan ik vind dat het gaat (kan je nog volgen?).

Ik heb het dus gewoon moeilijk met mezelf genoeg te vinden. Niet ziek genoeg om zo lang thuis te zitten. Niet hard genoeg bezig met beter worden. Niet beter genoeg om al zo lang bezig te zijn met beter worden. Niet actief genoeg in gezelschap. Niet rustig genoeg in gezelschap. Niet sterk genoeg om andere mensen bij te kunnen benen. Niet dapper genoeg om aan die andere mensen te vragen om te vertragen. Ja bon, niet genoeg dus. En dat is spijtig.

Want ik doe mijn best. Op elk vlak. En dat is eigenlijk wél gewoon genoeg. Gelukkig heb ik aan maanden therapie genoeg gehad om die conclusie elke keer opnieuw te kunnen trekken als ik weer eens in die zelfsaboterende vicieuze cirkel rondhang. Ik doe mijn stinkende best, en meer kan ik niet doen.

Het is niet aan anderen om mij te ontmaskeren als ziek of net niet-ziek, dat is alleen aan mezelf (en misschien een beetje aan de dokter, als die tenminste tijd heeft en niet met ziekere mensen bezig is). En ik hoef mezelf dus ook helemaal niet af te toetsen aan anderen want, newsflash, dat slaat nergens op.

Ik las ergens (en ik ga dat voor mijn eigen goed ook gewoon aannemen als absolute waarheid) dat je jezelf alleen maar kan vergelijken met …

*tromgeroffel*

… jezelf.

Te moe voor mijn doen. Te druk voor wat goed is voor mij. Meer hoofdpijn dan ik normaal heb. Maar dus ook gewoon goed bezig, zoals ik dat van mezelf gewoon ben.

All good dus, zo lang ik maar niet te veel toegeef aan dat nieuwe syndroompje van me.

L

Is het een hond? Is het een beer? Wie zal het zeggen? Niemand behalve de hondbeer zelf, ok, leave him alone.