Gratis: Autism Awareness

Hiep hiep hoera, het is weer één van mijn feestdagen! 2 april is Autism Awareness Day: dus bij deze, autisme bestaat en daar moet je je bewust van zijn. Om mijn steentje bij te dragen aan het creëren van meer awareness, heb ik eens op een rijtje gezet van hoe verschillende autistische aspecten zich bij mij, één (1) persoon met autisme, uiten.

Belangrijk: ik ben gezegend met double trouble, dat wil zeggen, ADHD én een plekje op het autismespectrum. Bij mij is het meestal de ADHD die met de hoofdrol gaat lopen, waardoor het eigenlijk pas met medicatie duidelijk werd dat daaronder toch ook een laagje autisme zit, maar de twee zijn zodanig verweven dat het nooit echt duidelijk is wat bij wat hoort.

Any-hoo: dit is waarom ik wel écht een klein beetje autistisch ben (en nee, dat zeggen we nog steeds niet om lollig te doen als we toevallig graag onze stiften op kleur sorteren).

Prikkelverwerking

Van alle zintuiglijke shit, ben ik het gevoeligst voor geluid. Ik moet wenen van vuurwerk en onweer (maar ben er niet bang van), schiet in de stress van de stofzuiger en kan compleet over mijn toeren geraken van te luide plekken. Daarnaast zijn er ook specifieke geluiden die aanvoelen alsof er iemand rechtstreeks over mijn hersenen krast. Bijvoorbeeld: doedelzakken, mensen die half fluiten-half blazen en op slechte dagen ook het geluid van stromend water uit de kraan in onze keuken.

Op de tweede plaats: aanraking. Het is zeer afhankelijk van de persoon, de staat van mijn zenuwstelsel en de omgeving, maar meestal hoef ik zelfs geen mensen in wat ik al van lang voor mijn diagnose ‘mijn persoonlijke bubble’ noem. Ik ben niet harteloos, ik heb ook een knuffel nodig af en toe, maar wie er zich aan waagt speelt een gevaarlijke roulette: zal mijn lijf reageren alsof ik affectie krijg krijg, of alsof er iemand een pistool tussen mijn ogen mikt? En dan niet met 50-50-kansen, maar eerder 20-80.

Plannen

I love a good plan. Maar I love ook evengoed afwijken van dat plan als dat nodig is. Zo lang er maar een plan is. Ik word behoorlijk zenuwachtig van niet weten wat er gaat gebeuren of wanneer dat gaat gebeuren, omdat ik dan blokkeer in wat ik zelf nog kan doen – want ja, ik weet niet wat er daarna kan, moet of gaat gebeuren.

Nu heb ik onlangs een zelfbedachte strategie geïmplementeerd (m’n leven is één groot businessplan, how very autistic) die daar eigenlijk vrij goed bij blijkt te werken: als er geen plan is, of het is mij onbekend, probeer ik first thing in the morning iets voor mezelf te doen. Dan heb ik dat zeggenschap alvast gehad, kan ik mij over dat deel van de dag al goed voelen, en dan maakt het echt minder uit wat de rest van de dag nog brengt.

Dat klinkt knettergek als ik het nu zelf teruglees, want basically is de oplossing voor het niet hebben van een plan ‘het maken van een plan’, maar wat werkt, dat werkt en wat rust brengt, brengt rust.

Regeltjes

Ik ben eigenlijk een hele flinke volger van regeltjes – that is: als ik vind dat ze ergens op slaan (of ze zijn het niet waard om over te discussiëren). Ik betaal voor m’n parking en zal nooit bewust te snel rijden, maar als het voor mij nog rood is, maar de verkeerslichtensituatie is zo dat er letterlijk niemand anders door mag, wacht ik niet. Ik ga ook niet verklappen wie er de hele pandemie lang extreem voorzichtig is geweest, en dus ook héél vaak héél boos op andere mensen – maar het zou weleens de auteur van deze blog kunnen zijn.

Dat geldt trouwens niet alleen voor De Wet, maar ook voor instructies. Never forget de excel-sheets die ik heb opgezet zodat ik tot op de letter kon volgen wat mij in therapie werd voorgeschreven (het heeft zijn vruchten afgeworpen, OF NIET SOMS).

En nu ik af en toe eens terug een examen voor de kiezen krijg, merk ik ook dat ik daar niet te veel wil afwijken van de voorschriften. Ik snap ook dat er met “geen afkortingen gebruiken” bedoeld wordt dat je medische shit niet mag afkorten om te tonen dat je de juiste woorden kent, maar ik heb bij het nakijken voor de veiligheid toch ook maar m’n m.b.t.’s en enz.’s voluit geschreven.

Ongeschreven regeltjes

Belangrijke sidenote bij de brave reputatie die ik de voorbije alinea’s heb opgebouwd: als ik niet vind dat het ergens op slaat, is het voor mij geen regel. Een voorbeeld, vraagt u? Geen probleem, ik activeer met plezier m’n favoriete rant:

Ik heb een bloedhekel aan hiërarchie en ga mij dus niet anders gedragen omdat mensen toevallig meer verdienen of beter kunnen netwerken.

Ik snap ook niet waarom we sommige mensen ‘mevrouw’, ‘dokter’ of ‘edelachtbare’ moeten noemen, terwijl we andere mensen bij hun voornamen mogen aanspreken. Ze zeggen dat dat met respect te maken heeft, maar dat vind ik dan weer iets dat je voor iedereen mag hebben, ongeacht opleiding, job of erger nog: huwelijkse staat.

En kom niet af met kledingvoorschriften, want letterlijk niemand heeft er last van als ik joggingpakken of crocs draag. En als je daar wel last van beweert te hebben, doe dan je ogen toe of werk aan je vooroordelen.

Communicatie (aka mijn job)

Hihi haha hoho autisten nemen alles letterlijk!!!!

Ja nee, ik snap wat je zegt als je op eieren loopt en sarcasme is mijn moedertaal dus daar weet ik ook mijn weg wel mee. Maar ik denk wel altijd éérst letterlijk, voor ik (razendsnel, dat wel) de volgende connectie leg. Het is mij heel lang zelfs niet opgevallen, en het stoort verder ook niet. Het heeft gewoon eerder als gevolg dat ik héél snel héél goeie mopjes kan maken, dan dat ik iets niet ga begrijpen.

Waar ik wel merk dat ik niet per se hetzelfde functioneer als de rest van de bevolking, is in mijn opvatting van communicatie. Ik ben een taal-eerst-persoon. Ik ga geloven wat je zegt, ook als je ja zegt maar ondertussen nee schudt (ik heb in De Mol eens geleerd dat mensen dan liegen?). Lichaamstaal is voor mij echt bijzaak, want ik snap niet waarom je niet zou zeggen wat je denkt. Het is de reden waarom ik spelletjes waarin je moet bluffen haat met een passie (alle weerwolven van wakkerdam mogen wat mij betreft afgeschoten worden) en waarom ik kwaad word van programma’s als Stukken van Mensen.

Blijkbaar kan dat moeilijk zijn in de omgang, maar ik heb het geluk dat ik of een behoorlijk neurodivergente of een behoorlijk tolerante crew rond mij heb verzameld, want dat vormt voor mij echt zelden een probleem. Sterker nog: ik heb mijn job gemaakt van het vertalen van wat mensen zeggen in wat mensen willen zeggen, dus ik denk dat ik het op dat vlak vrij goed doe. Schouderklopje.

(Maar nog altijd geen reden om te zeggen dat het eEn SuPeRkRaChT iS, want dan zou ik wel gewoon naar vuurwerk kunnen kijken, thanks bye).

Ik zou nog UREN kunnen doorgaan, maar op m’n planning van de dag stond toch echt nog wel iets anders dan online een boompje opzetten (wow, zo figuurlijk van me) over m’n quirks.

Als je één ding onthoud van deze post op Autism Awareness Day, laat het dan dit zijn: sommige breinen werken anders dan het jouwe, hou dat in je achterhoofd als je iets of iemand probeert te begrijpen (sowieso hot tip als je iemand probeert te begrijpen: een conversatie voeren in plaats van je eigen conclusies trekken).

Toedels en happy awareness day aan alle weirdo’s!

L

Hoofdtelefoons zijn de beste uitvinding sinds het ontstaan van de mens, ik duld geen tegenspraak.