2 jaar moe

Feest! Chokotoffs! Koffie! Gratis dutjes voor iedereen! Deze week vier ik een waar jubileum. Het is namelijk officieel twee jaar geleden dat ik rond de middag in een Londens hotelbed neerplofte, een dikke pijnscheut in mijn zij incasseerde en dacht “wow, zo moe ben ik nog nooit geweest”. Om daarna een halve dag van onze driedaagse citytrip weg te slapen, terwijl mijn lief zich in stilte bezighield in de hotelbar.

Ik had een half jaar lang de saaiste job ter wereld overleefd. Ik had een relatief drukke zomer overleefd. En ik had zelfs net week 1 van mijn nieuwe niet-zo-saaie job overleefd – ondanks het feit dat ik er met een behoorlijk onhandige blaasontsteking (en ok, misschien een paar kleine pijntjes) aan begonnen was. Ik had die citytrip met andere woorden dik verdiend.

Alleen had mijn lijf blijkbaar andere prioriteiten dan kilometers slenteren, zoveel mogelijk Londen zien en dan weer keihard aan het werk gaan. Warme badjes nemen en honderd jaar slapen bijvoorbeeld. Balen, maar het zou wel een uitloper van die blaasontsteking zijn.

Dus begon ik de tweede week van mijn nieuwe job erg verstandig, met een onesie-dag in bed. Meer ook niet, want het waren spannende tijden, drukke dagen en ik had een extreme stilzitallergie. Die dag was het begin van een hele periode waarin ik schipperde tussen ‘extreem moe’ en ‘te moe om nog te functioneren’. Dat eerste half jaar ben ik vaker ziek thuisgebleven dan tijdens al mijn voorgaande werk- en studiejaren samen. Ik zag dus ook mijn huisdokter vaker dan gemiddeld.

Die kon in het begin niet veel doen. De blaasontsteking was wel degelijk weg, en bovendien moet je blijkbaar drie (of was het 6?) weken moe zijn voor daar verder iets achter gezocht wordt. Dus ik wachtte drie weken, ik bleef – wie had dat gedacht? De dokter niet. – belachelijk moe en ik mocht (joehoe!) bloed laten nemen. Helaas kreeg ik er meteen wel de (terecht gebleken) waarschuwing bij dat er waarschijnlijk niets te vinden zou zijn. En of ik wel gezond at en een half uur per dag bewoog?

Ok dokter, bedankt dokter.

Toen gezond eten en genoeg bewegen niet bleek te werken, volgde nog een hele resem onderzoeken, specialisten, scans en vermoedens. Allemaal met een wachttijd van weken of zelfs maanden en allemaal met hetzelfde besluit: er was niets aan de hand, ik was gewoon moe, en ik had gewoon random pijntjes.

Een verdere uitleg kreeg ik niet, behalve dan, het moet rond mei geweest zijn, het volgende gevleugelde besluit: “Je ziet er toch al beter uit, want ik zag je met je laptop in de wachtkamer zitten, in plaats van met je ogen toe. Chronische vermoeidheid heeft even tijd nodig, maar na de zomer is het vast voorbij.”

Ok dokter, bedankt dokter.

Guess what? Het Grote Boze Vermoeidheidsmonster en zijn Leger der Pijntjes hadden mij niet zomaar verlaten met het lengen der dagen. En dus ben ik na die zomer (na een paar porren van mijn omgeving, die het terecht wat gehad had met mijn aanmodderen) ook maar vertrokken bij mijn huisarts.

Want al die tijd kreeg ik heel veel mogelijke verklaringen, maar geen enkele juiste. Ik kreeg geen concrete tips, maar alleen loze poedertjes en onnodige doorverwijzingen. Ik heb – als ik er nu op terugkijk – dat jaar op geen enkel moment het gevoel gehad dat het de goede kant uitging. Integendeel, al die nieuwe onderzoeken, het wachten op resultaten en de uiteindelijke resultaten, bezorgden mij alleen maar hopen moedeloosheid en kilo’s stress.

Dus trok ik naar een andere huisarts, en zo begon na een jaar van veel zoeken, veel opgeven en vooral heel veel slapen, jaar 2. Het jaar van veel wroeten, veel begrijpen en op elk vlak prioriteiten leren stellen. Jaar 3 wordt er een van nog meer leren, heel veel heel kleine stappen zetten en zo hopelijk een pak beter worden. Ik heb er zowaar zin in (meestal dan, want soms heb ik ook gewoon nog altijd zin om voor eeuwig onder mijn donsdeken te blijven liggen).

L

Noot: Ik snap heel goed dat huisartsen niet alles kunnen weten en niet op elk vlak gespecialiseerd kunnen zijn en als ik huisdokter nr. 1 in dit verhaal tegenkom zal ik haar niet neerbliksemen of te lijf gaan (ik ben namelijk heel blij dat door al mijn onderzoeken de ├ęcht vuile ziektes uitgesloten zijn). Ik wil alleen maar zeggen: als je je niet goed voelt bij je huisarts, en je moet na elke consultatie janken van moedeloosheid, probeer dan ook eens verder te zoeken. En – en dit is een absolute pro-tip – wacht daar geen jaar mee.

Ik, als de dokter mij een honderdtriljoenste scan voorschrijft.