Mijn (zoveelste) eerste Start to Run

Start to Run en ik, wij hebben een historisch gegroeide haat-liefdeverhouding. De haat begon in de middelbare school, toen ik besloot dat ik iets aan mijn conditie moest doen, net een mp3-speler had en Evy helemaal booming was. De liefde vond ik in Amsterdam, toen ik na een half jaar zwoegen eindelijk de befaamde 5 kilometer bereikt had en even helemaal on top of the world was.

Daartussen zweven nog ongeveer een tiental zwaar en minder zwaar mislukte pogingen. De laatste daarvan stopte iets meer dan een jaar geleden, toen een therapeute mij aan m’n verstand bracht dat sporten niet het beste idee was voor mij op dat moment. Ik ga niet zeggen dat ik dat heel erg vond om te horen, dus smeet ik er zwierig het bijltje bij neer, bovenop de gigantische stapel met al eerder neergekwakte sporty spice-bijltjes.

Omdat nu – meer dan een jaar later – dagelijks wandelen heel goed gaat, maar wel begint te vervelen, vond ik het wel weer eens tijd voor een nieuwe poging. Gelukkig vergeet ik somehow altijd opnieuw hoe hard ik Evy eigenlijk haat (het is niet persoonlijk hoor). Terwijl er hier en hier en hier toch nog steeds reminders staan van mijn afkeer van het hele gegeven. Naïef, optimistisch, wie zal het zeggen?

Dus ging ik bij een kinesist aankloppen met de gevleugelde uitspraak “ik wil weer gaan lopen” (en dan nog een hele woordenwaterval over mijn gigantische angst voor fysieke inspanningen en de gevolgen ervan voor mijn dagen, maar daar zal ik jullie niet mee vervelen). Ik hoopte op een supersimpel, supertraag loopschema waarmee ik diezelfde dag nog aan de slag kon, maar nee, ik kreeg een: “Ok, dan gaan we eerst wat spieren opbouwen.” *insert teleurgesteld muziekje*

Ik deed uiteraard flink wat ze vroeg, gaf mezelf een fancy fitnessbal cadeau en legde mijn matje in het midden van de living, waar het onmogelijk te negeren valt. En vorige week, honderdmiljard (dit is mogelijk overdreven) oefeningen later, kreeg ik groen licht om te beginnen met een nieuwe Start to run-poging. Nooit gedacht dat ik dit zou zeggen maar: ik keek er zowaar naar uit.

Vanochtend was het dan eindelijk zover: tijd voor mijn eerste toertje. En dat ging – tot niemands verbazing behalve de mijne waarschijnlijk – niet vanzelf. Mijn enthousiasme was na minuut 1 de vijver al ingesprongen. Ik heb niet alle loopminuten uitgelopen. Ik heb meerdere malen overwogen om rechtsomkeer te maken. Ik heb mijn longen eruit gehoest. Ik liep ongeveer even snel als ik wandelde. En ik had het vooral 20 minuten lang heel erg zwaar.

Maar ik heb het wél gedaan

Dit gaat (veel) langer, duren dan de zes weken die normale mensen hiervoor voorzien, maar ik wil het op z’n minst proberen. Dus nu is het afwachten hoe ik mij de komende dagen voel, en dan probeer ik die eerste sessie gewoon opnieuw. En opnieuw. En opnieuw. Tot het lukt zonder dat ik mezelf tot een bolletje wil rollen in de berm om daar aan een jarenlange winterslaap te beginnen.

Baby steps zijn ook steps.

L

Helaas zag ik er vanochtend niet zo uit.