Ik zat in bikini op het strand, big deal

Ik zat in bikini op het strand.

“Hu maar Lotte, dat is toch heel normaal?”

Dat zou je denken hé? Is het niet. Voor mij niet. En ik durf vermoeden dat ik niet alleen ben. Let me explain.

Ik was altijd al een kind met een tonneke. Heel schattig, in het begin. Maar langzaam maar zeker begon ik door te krijgen dat mijn buikje niet schattig zou blijven. Het sloop er ongemerkt in – ik heb het nog niet heel lang door – het idee dat mager zijn de norm is. Dat wie dik is, abnormaal is. Dat wie dik is, daar zelf verantwoordelijk voor is. En dat wie dik is, bovenal mager moet willen zijn.

Want dat is wat mij getoond werd. In elk boekje, op elk televisieprogramma zag je de magere vrouw voorbijkomen. Niet alleen als ideaal, maar vooral als de standaard. Vrouwen die afweken van de norm waren er ook, maar dan in een karikaturale rol. Of als onderwerp van een artikel over het laatste nieuwe dieet.

En dat is ook het beeld dat ik mij vormde van mijn eigen omgeving. Quasi elke volwassen vrouw die zwaarder was dan gemiddeld was op dieet of zou er morgen mee beginnen. Soep. Atkins. Weight Watchers. Shakes. Alles passeerde de revue, en zo leerde ik dat voor dikke mensen het leven ingedeeld is periodes van gewoon eten en periodes van diëten. Maar ik leerde vooral alweer dat wie dik is daar iets aan moet doen.

Ik was knetterjong at the time, en ik had geen flauw benul van hoe het menselijk lichaam werkte. Ik at wat mij voorgeschoteld werd, aangevuld met wat snoep gekocht van mijn zakgeld en ik probeerde te berusten in mijn kleine bolle lijf. Ik was er mij van bewust dat het anders was, maar zag niet meteen hoe ik er iets aan kon veranderen (het enige dat ik kon bedenken was stoppen met snoepen, maar dat ging me te ver), dus schakelde ik over op de enige andere tactiek die ik kende: het verstoppen der rollen.

Zo weigerde ik van de ene zomer op de andere nog een bikini te dragen. Ik heb nog foto’s van mezelf als achtjarige in een (overigens fantastische) bikini, en dan houdt het op. Wat volgde was een lange periode van badpakken – meestal donkerblauw en vooral niet te opvallend, tot ik op mijn veertiende (gok ik, het kan ook later geweest zijn), op een mooie zomerdag vol zelfliefde besloot dat het genoeg was geweest. Het werd tijd om mijn bikinivrees te overwinnen en ook mijn rug en buik een bruin tintje te gunnen.

Ik herinner mij die eerste bikini na de grote schaamte nog tot in detail (hij was roze met streepjes en een ceintuur en ik zou ‘m zo opnieuw kopen), omdat het zo’n big deal was voor mij. Ik zou mij (of toch mijn buik) terug bloot durven geven. Het werd een zenuwachtige zomer, maar mijn eerste bikini in jaren werd flink gedragen om mee op het strand te liggen. Eerst alleen op mijn buik, maar later zélfs op de rug. Maar altijd liggen. Want zodra ik ging rechtstaan of – stel je voor – zitten, moest er een t-shirt over. Zichtbare rollen zijn er om verstopt te worden. Geen idee hoe ik tot die gewoonte gekomen ben trouwens, maar ik denk dat het in mijn hoofd is geslopen door een combinatie van onbewuste voorbeelden en eigen foutief getrokken conclusies.

Er is érg veel verkeerd aan het bovenstaande verhaal. Ik was een kind, nota bene, en ik zat met allemaal veronderstellingen die helemaal nergens op sloegen, maar mij toch op de een of andere manier aangepraat waren. Bovendien werden die veronderstellingen – noch in mijn omgeving, noch in de media – amper of niet ontkracht. Voor mij was het logisch: ik was niet mager, dus bikini’s waren niet voor mij. En als ik dan toch een bikini aandeed (op eigen risico), bedekte ik toch maar best zoveel mogelijk, zo vaak mogelijk.

Stap voor stap probeer ik mij nu los te maken uit dat gekke denken. Dikke(re) mensen hoeven niet mager te worden, en nee, ze hoeven zich ook niet te verstoppen. Zélfs hun rollen niet.

Ik ben ondertussen gelukkig al veel meer op mijn gemak dan tien jaar geleden (er liggen zowaar drie bikini’s in mijn kast), en ik durf zelfs mijn bek open te trekken als mensen mij proberen aanpraten wat ik wel of niet mag dragen en/of tonen. Maar zitten met blote buik is altijd een ding gebleven.

Dat moet anders. Ik heb besloten dat het tijd wordt om mezelf actief te trainen in schaamteloos mijn rollen ownen. Die doen namelijk niets af aan mijn schoonheid, en mijn gezondheid (het excuus waarachter bodyshamers zich nog te vaak verschuilen) valt er al helemaal niet van af te lezen. Ik heb eenvoudigweg niets om mij voor te schamen en ik doe niemand kwaad door mijn lijf voor de verandering eens niet meteen na het zwemmen in een klammig t-shirt te wurmen, gewoon omdat ik rechtop een boek wil lezen.

Nee, ik ben niet mager, maar ik ben wel gezond. Nee, ik ben niet de verpersoonlijking van het schoonheidsideaal (wie wel?), maar ik ben wel mooi. Ik heb gekke rollen als ik rechtzit, maar ik ben ook superzacht en knuffelbaar. Ik heb een lijf en dat is meer dan genoeg. En bovenal, het aller- allerbelangrijkste: niemand anders dan ikzelf hoeft daar een mening over te hebben. Niemand anders dan ikzelf bepaalt of ik al dan niet in bikini mag rondlopen. Niemand anders dan ikzelf kiest ervoor om die t-shirt onnadenkend over mijn kop te gooien als de rollen tevoorschijn komen. Niemand anders dan ikzelf moet mij graag zien (enfin, mijn mama en mijn lief zijn mooi meegenomen, maar daar ga ik voor het gemak maar van uit).

Dat besef ik echt nog niet elke dag, hell, dat besef ik nog niet de helft van de tijd, maar ik werk eraan. Ik probeer zo evenwichtig mogelijk te eten en ik beweeg zo goed als elke dag, en dat zou mijn einddoel moeten zijn. Niet opnieuw in die salopet van drie jaar geleden passen. Niet onder een bepaald nummertje op de weegschaal zitten. En al helemaal niet rechtop kunnen zitten zonder rollen, want dat is schier onmogelijk.

Dus leer ik mezelf deze zomer zonder schaamte rechtzitten in bikini, want, ladies-zonder-ideale-maten, als wij ons allemaal gaan verstoppen, groeien de kinderen van nu alwéér op met een vertekend beeld van de realiteit. En dat willen we niet, toch?

L

Noot: dit verhaal is grotendeels hoe ik alles zélf beleefd en ingevuld heb. Op een aantal venijnige turnmeisjes (die vonden het hilarisch dat mijn kont in badpak een significant grotere afdruk naliet dan die van hen) na, heeft niemand mij bewust achtergesteld, uitgelachen of ergens toe gedwongen.

Ik heb in m’n leven nog relatief weinig honden een t-shirt zien dragen op het strand. Just sayin’.