Keukencrisis

Ik heb niet heel erg veel overgehouden aan de 6 jaar Latijnse lessen die ik achter de rug heb, de kunst van het buitensluiten van al dat Latijns geneuzel om mij tijdens die uren op andere dingen te concentreren buiten beschouwing gelaten, maar een ding heb ik wel onthouden uit al die verhalen en dat is dat er verbazingwekkend vaak sprake was van hybris. Hybris ([‘hibrɪs] overmoedige en brutale zelfoverschatting tegenover machten die sterker zijn dan jij, aldus encyclo.nl) is waar al die vervelende hoofdrolspelertjes last van hadden, want het waren allemaal overmoedige snobs. En hoogmoed, zoals jullie allen weten, komt voor de val, die al die arme mythologische figuren dan ook allemaal te wachten stond. Tot zover mijn herinneringen aan 875 uren* teksten ontleden, lijntjes trekken, veel te lange zinsconstructies vertalen, achter elk woord een betekenis zoeken die de auteur zelf in zijn stoutste dromen nog niet voorbij had zien komen, en -het allerbelangrijkste- kleurcodes uitwerken die het mogelijk maakten om heel die verrekte analyse tegen het einde van het jaar nog eens vanbuiten te leren.

Waarom ik dit nu oprakel? 6 jaar van opgekropte frustraties moeten ooit uitgewerkt worden uiteraard, maar ook het feit dat ik vandaag zelf het slachtoffer werd van overmoed. Niet tegenover de goddelijke wereldorde, maar tegenover mijn handigheid. En de keuken. In een vlaag van ijver en honger had ik voor mezelf gisteren een -dat mag gezegd- heerlijke spaghetti gekookt. Verse groentjes, alles erop en eraan. Nodeloos te zeggen dat ik heel erg, misschien zelfs een beetje overdreven trots was. Dus besloot ik vanochtend, ik wijt het aan mijn overwinningsroes, om gewoon nog eens de keuken in te duiken. Verse soep, dat werd ‘m! En nee, ik heb niet in mijn vingers gesneden, nee, ik heb niet per ongeluk mijn netjes gesneden paprika’s met het vuilnis weggegooid, wat ik wel deed was terwijl de soep stond te pruttelen even een nieuwe aflevering van de serie die ik op het moment overmatig aan het kijken ben, opzetten. En dat, mijn vrienden, dat is iets dat je blijkbaar beter niet doet, want het volgende moment stonk heel mijn appartement zodanig naar aangebrand dat ik elk moment een opnameploeg verwachtte voor het nieuwste Febrèze-spotje en was de bodem van mijn soeppot verrijkt met een heerlijk ruikende, dikke, zwarte laag waarvan zelfs Sien en Maria danig van de kook zouden raken (‘van de kook’, see what I did there? Ook idiote mopjes maken in crisissituaties is een van mijn talenten). Zei ik mijn soeppot? Dat is het niet. Zei ik mijn appartement? Ook niet waar.

Met nog een aantal uren resterend voor mijn huisbazin weer thuis zou komen heb ik mij suf gegoogled voor de snelste, eenvoudigste (noodgeval of niet, ik blijf lui, trouw zijn aan jezelf heet dat) manier om stinkende zwarte potten weer prachtig glanzend te krijgen. Maar aangezien de meeste wonderscenario’s van tante Kaat onvindbare middelen vereisten was ik aangewezen op schrobben tot mijn armen eraf lagen. Gelukkig ben ik nogal tweehandig (tweehandig en onhandig zijn tegelijk, ook dat kan ik), dus kon ik links en rechts afwisselen terwijl ik mezelf bezighield met het bedenken van alternatieve oplossingen (de andere roommate beschuldigen, een nieuwe pot kopen, de pot weggooien en doen alsof hij gestolen werd, zo veel opties!). Na een uur op volle kracht schrobben en op nog vollere kracht hopen dat er niet iemand zou binnen komen waren sponsje -niet van mij-, de armen -wel van mij- en de nagellak -ook van mij- eraan, maar de pot weer als nieuw (ok, misschien niet als nieuw, maar dat was hij ook niet voor ik begon aan mijn noodlottige soep). Alle sporen van mijn aanwezigheid in de keuken zijn professioneel (niet waar, als iemand mij gefilmd zou hebben zou youtube bakken geld aan mij verdienen) uitgewist en ik beloof plechtig mij voorlopig niet meer aan koken te wagen. Of toch niet in combinatie met tv-kijken. Want misschien was dat wel gewoon het probleem,  misschien heb ik wel gewoon moeite met mij concentreren op meer dan 1 ding tegelijkertijd. En misschien is dat ook wel al iets dat ik had kunnen onthouden uit die Latijnse lessen, want wat was dat over dingen buitensluiten om mij op iets anders te kunnen focussen? 6 jaar Latijn dus, en wat hou je eraan over? Zelfkennis, meneer, vooral zelfkennis.

Ik ga nog maar even rond met de Febrèze,
L

*Deze statistiek is het resultaat van de volgende grove berekening: 4 uur les per week x grofweg 35 lesweken x 6 eindeloze jaren + nog eens 35 uur want eerstejaartjes worden gekweld met 5 uur onverstaanbaar geratel per week = 875. Van mijn wiskundelessen heb ik duidelijk meer onthouden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.