Eigenlijk was het halverwege ook al best mooi

Als een hobbit in Nieuw-Zeeland (pt. 1)

 

Howdy!

Drie maanden na datum, maar jullie hadden nog een reisverslag tegoed! Vers uit het archief dat mijn geheugen heet, vol waarheidsgetrouwe anekdotes met een dikke laag stof op. En in meerdere delen, want whoot, het waren bewogen weken en het is niet dat er zoveel gebeurt waar ik beter over zou kunnen vertellen. Ready? Go!

Ik kwam aan in Nieuw-Zeeland met reisgenoten, gezellig, vanop hetzelfde vliegtuig, die naar een hostel achter de hoek van het mijne moesten.Diezelfde reisgenoten speelde ik welgeteld 15 minuten na landing kwijt. Great. Goeie zet, mevrouw de wereldreizigster. Gelukkig ben ik groot genoeg om ook zelf de bus te kunnen nemen. En om de weg te vinden van de bushalte, 29 heuvels over, naar mijn hostel. Eens in mijn hostel heb ik dan toch maar eens geïnformeerd bij mijn vriendjes waar the hell zij uithingen (het was allemaal mijn schuld, want ik was te snel door de douane. Sorry dat ik er zo braaf uitzie, ok), om vervolgens mijn aller- allereerste cocktail in weken achterover te gaan slaan (bye, Amerikaanse antibiotica!) op een Nieuw-Zeelandse food court. Waarna ik op de bowlingbaan glorieus ben afgegaan tegen de twee Zwitsers en de twee Nederlanderss waarmee ik Fiji achter me had gelaten. Ik steek het op mijn handicap, maar het kan ook die cocktail geweest zijn. Het was zeer zeker de cocktail.

Socializen met m´n roomie

Socializen met m´n roomie in Auckland

In Auckland zelf had ik 4 dagen om mezelf een e-reader aan te schaffen, want ik had m’n twee eigen boeken al ongeveer 7 keer gelezen, te skypen met eender wie ik al te lang niet gehoord had, kerstkaartjes op de bus te doen en vooral lekker lam te wezen, want je gaat niet naar Nieuw-Zeeland voor z’n steden. Maar omdat dat dat uiteindelijk toch ook begon te vervelen heb ik op dag 3 een ‘hop on, hop off’-tour gedaan. Tussen de bejaarden en de Aziaten. En zo had ik voor mijn vertrek uit Auckland alsnog alles gezien. Toeristenbadge verdiend!

Auckland

Op zaterdag kon ik dan ein-de-lijk weg uit die doodsaaie -excusez le mot-, grijze stad (ik citeer een Belgisch meisje dat ik op straat tegenkwam: “Da’s hier hetzelfde als Brussel, maar dan met meer sushi”). Met een souvenir in de vorm van opgevreten voeten (zandvlooien, een van de vele schatten die Nieuw-Zeeland rijk is) waar ik nog het liefst twee plastic zakken met ijsblokken had rondgebonden. Ik vertrok richting Noorden, met de Stray-bus (die je het hele land rondbrengt en waar je off en weer on kan hoppen wanneer je dat zelf wil). Op naar Paihia, met een ontzettend rosse -hij had vast ook andere kwaliteiten, maar dit was de opvallendste- buschauffeur die zich alvast getooid had met een kerstmuts en zichzelf Twinkles noemde. Naar eigen zeggen omdat hij ooit in een glitterfabriek heeft gewerkt (er volgden nog 7 andere even absurde verklaringen, maar die vond ik minder leuk). Op weg naar de dikste sunburn in jaren, een gezellige avond aan de wijn (met onder andere iemand uit Lier. Of all places. Lier.) aan de mooie, mooie Nieuw-Zeelandse kust (die overigens nooit ver weg is. Smal, smal landje!). Goed, ik moet sneller beginnen gaan of dit wordt een boek.

Awesome, dit.

Awesome, dit.

De dag erna moesten we helaas alweer terug naar het zuiden,  terug richting Auckland, waar ik wéér een dag overhad voor we écht Nieuw-Zeeland in zouden trekken. Tijd om nog eens een dokter te bezoeken, dat was ten slotte toch alweer 2 weken geleden en het is niet dat de wonde er mooier uitzag (fotomateriaal te verkrijgen bij de auteur). Nadat die vrouw (de liefste van de 5 dokters die ik zag!) bevestigd had dat ik mezelf pretty nasty  verwond had (djee thanks doc) stapte ik, gewapend met een nieuwe dosis antibiotica en wondverzorging de bus weer op. Bye Auckland, tot nooit meer!

Het fijne aan die bus is niet alleen dat ze feloranje is (past bij de haarkleur van Twinkles, die ook nu weer achter het stuur zat), maar ook dat je ofwel constant met dezelfde mensen op schok bent, ofwel constant mensen terug tegenkomt die je daarvoor was kwijtgeraakt. Mensen kwijtraken is trouwens een constante geweest in Nieuw-Zeeland, zoals je misschien al merkt. Eerste halte: Hahei. Wederom aan de kust (YES), en in een ultra-gezellig vakantiepark waar wij busreizigers ons eigen ‘dorpje’ hadden. Excellent. Denk gitaarspel onder de sterren. Denk drankspelletjes (niet voor Lotte) rond de tafel. Denk gewoon heel veel heel fijne mensen op een hoopje, in de zon, aan de zee. Klaar.

En tegelijkertijd (ik kan het zielig doen toch niet laten hoor) had ik er de miserabelste dag van mijn reis. Ik kon er namelijk nog steeds niet veel doen, en dat begon nu toch wel lang gaan duren. Ik kon niet kajakken. Ik kon niet hiken. Ik kon niet zwemmen. En omdat ik mij daar dan natuurlijk weer zo lekker in aan het opdraaien was (in plaats van gewoon te gaan chillen in die zitzakken, lompe Lotte) wilde ik toch proberen mee te gaan naar ‘een of andere schommel’ op een berg, waar je ultravette foto’s kon gaan maken. ‘A short walk’, they said… Eerste hindernis: een stroompje dat we moesten oversteken, net te diep om met droge schenen door te geraken. Hoera voor Jordan de fitness-man die mij moeiteloos tot aan de overkant droeg! Tweede hindernis: die hele fucking tocht uiteraard. Long story short, ik ben halverwege op m’n eentje maar teruggedraaid, onder protest van mijn (niet-zo-empatische) buschauffeur. ‘Fuck him’, denk ik nu, ‘dammit, ik ben zo’n pussy en niemand gaat mij nog leuk vinden’, dacht ik toen. Om dan dramatisch huilend bij dat stroompje te staan wachten tot er een vreemde voorbijkwam die er sterk en niet-pervert genoeg uitzag om hem te durven vragen mij over te helpen. En aangezien ik geen dolenthousiaste verhalen over die dekselse schommel kon horen ben ik, weer bij ons dorpje aangekomen, maar gewoon in bed gekropen om er pas de volgende dag terug uit te komen. Dramaqueen is my middle name. De dag erna heb ik wel die vette foto’s bewonderd en ook wel gegniffeld bij de verhalen over hoe veel te zwaar die tocht eigenlijk was. Sportief van mij, right?

Eigenlijk was het halverwege ook al best mooi

Eigenlijk was het halverwege ook al best mooi

 

Ondanks die verloren uren, waar ik nu dik spijt van heb, want ik had ook gewoon op het strand kunnen liggen natuurlijk, was Hahei een fantastische start, van wat uiteindelijk een vrij tot zeer mooie (halve) trip door Nieuw-Zeeland kon worden. Maar laat ik het voor nu hier op houden, dan hebben jullie ook nog iets om naar uit te kijken.

Tot de volgende, dan maar (YEAH, meer verhaaltjes uit Hobbitland!)